Wat is het verband tussen beweging en taal?

door | jul 1, 2019 | Taalontwikkeling | 0 Reacties

Meerdere spiergroepen zijn betrokken bij het produceren van spraak: de tong, de lippen en de kaak, maar ook de stembanden en de ademhalingsspieren moeten nauw met elkaar samenwerken. Spreken is het resultaat van het plannen en uitvoeren van verschillende kleine bewegingen die elkaar snel opvolgen. Daarom is motorische planning essentieel voor spreken, net als voor iedere andere beweging.
 

Verband 1; Uit onderzoek blijkt dat er voor kinderen een sterk verband is tussen fijne motoriek en taalvaardigheid. Fijn motorische activiteiten als vingerverven, kleuren, spelen met water of zand, dichtknopen van een jas etc. zijn kleine bewegingen die er voor zorgen dat er lijntjes/connecties tussen hersencellen ontstaan. Deze lijntjes worden gelegd bij een nieuwe beweging en als kinderen opnieuw gaan kleuren of vingerverven putten ze uit dat lijntje van ervaring. Deze lijntjes in de hersenen zijn nodig voor de motorische planning en dus voor taal. Verband 2; Een andere link tussen beweging en taal is te zien wanneer we kijken naar gebaren die samengaan met spraak. Mensen gebruiken vaak gebaren wanneer ze spreken en deze gebaren kunnen de luisteraar helpen om te begrijpen wat de spreker zegt. Mensen zijn vaak opvallend vaardig in het interpreteren van de betekenis van verschillende hand- en lichaamsbewegingen. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat de hersengebieden die betrokken zijn bij het interpreteren van de betekenis van taal ook betrokken zijn bij het interpreteren van gebaren. Tenslotte laten gebarentalen zien dat taal zelfs helemaal uit bewegingen kan bestaan: dove mensen kunnen communiceren door alleen hun handen, armen en gezicht te bewegen.

Verband 3; Hersengebieden In de hersenen zijn er allerlei gebieden actief op het moment dat iemand praat of zich beweegt. Het deel in de hersenen dat de spierbewegingen in het lichaam voor de motoriek aanstuurt, heet de primaire motor cortex. De primaire motor cortex loopt in de hersenen als een soort haarband over ons hoofd, van links naar rechts.
Bij het praten zijn er verschillende delen van de hersenen actief. Om te beginnen: het deel voor de cognitie oftewel 'het denken' (wat vooral in het voorhoofd zit), omdat je met praten ideeën onder woorden brengt. Maar ook: het deel voor het gehoor (wat net iets achter het oor zit), omdat je jezelf goed moet kunnen waarnemen als je praat. En dan: het hersengebied voor de spraakmotoriek, dus de feitelijke beweging van de wang-, lip-, tong- en kaakspieren, wat zich in de eerder genoemde primaire motor cortex (die haarband dus) bevindt. Het deel voor de motoriek van de armen en benen zit iets meer naar boven op het hoofd, terwijl het deel voor de spraakmotoriek wat meer naar de zijkanten ligt. Op de tekening kun je dit duidelijk zien. Verband 3a; Knippen De gebieden voor de spraakmotoriek en de andere motoriek liggen naar verhouding dus vlak bij elkaar. Dat er bij kinderen nog veel verbindingen zijn tussen die gebieden, zie je bijvoorbeeld heel mooi als een kind net leert knippen. De bewegingen van zijn hand en zijn mond zijn dan nog niet losgekoppeld.  Let maar eens op de mond van een peuter of kleuter als die aan het knippen is. Dan zie je dat zijn kaak op en neer beweegt, precies gelijktijdig met de beweging van de schaar.

Het is dus extra belangrijk voor kinderen om te bewegen gedurende de dag. Hoe meer hersenactiviteit, hoe meer informatie ze op slaan. De kinderoefentherapeut op onze behandelgroep, start een onderzoek voor haar studie, over het effect van meer bewegen op de groep. Ik ben erg benieuwd wat voor concreets hier uit komt! : -)

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *