De voorwaarden voor een goede communicatie (beurtgedrag, oogcontact, luisterhouding, concentratie etc.) zijn erg belangrijk voor de sociale- en emotionele ontwikkeling van een kind. Een peuter leert in de eerste jaren heel wat sociale vaardigheden onder de knie krijgen. Denk maar aan het leren delen, wachten op je beurt, je aan de regels houden en een ander troosten of helpen.  Het leren van deze vaardigheden gaat nog lastiger wanneer een peuter al moeite heeft met het maken van oogcontact of beurtgedrag toe kan passen. Ik zie het vaak bij de peuters op onze groep. Ze spelen nog vaak naast elkaar (parallelspel) in het keukentje. Maar als er dan ineens iets wordt gepakt van de ander, krijgen ze oog voor elkaar. Maar hoe kan je  als kind duidelijk maken dat jij met dat pannetje aan het spelen was? De makkelijkste weg is het gewoon weer terug pakken. Zo kan er ineens een conflict ontstaan en veel frustratie (met vaak een huilbui tot gevolg). Uit onderzoek blijkt dat kinderen met communicatieve problemen een verhoogd risico op sociale, emotionele en gedragsproblemen hebben (Redmond & Rice, 2000 in voordracht van Wiefferink 20112).

Als volwassene is het belangrijk om het goede voorbeeld te geven. Door de emoties van het kind onder woorden te brengen, leert het kind zich bewust te zijn van zijn of haar gevoelens. Bijvoorbeeld: ‘jij bent boos” of “jij bent verdrietig omdat..” Door begrip te tonen voelt de peuter zich gezien. Door vervolgens samen een oplossing te zoeken, leert het kind zijn emoties beter onder controle te houden (en te herkennen). Bijvoorbeeld: “zeg maar: van mij” of “stop, niet doen!” als het kind iets niet leuk vindt.

Frustrerend is het om te zien als kinderen met een taalontwikkelingsstoornis geen contact durven te maken met andere kinderen. Bang om de communicatie aan te gaan, bang om niet begrepen te worden. En hoe fijn is het om de kinderen hier een handje bij te helpen. Want hoe léuk is het om samen, desnoods non-verbaal, te spelen en te ontdekken? En hoe móói is het om een glimlach op het gezicht van de peuter te zien wanneer ze lekker ontspannen samen (of parallel) spelen.

Hieronder een klein overzicht van de “normale” sociale-/emotionele ontwikkeling van peuters tussen 2;5-4 jaar.

Tussen het tweede en derde jaar leren kinderen veel op sociaal emotioneel gebied. Eerst draait de wereld nog voornamelijk om de peuter zelf. Vervolgens leren ze langzamerhand het begrip “wij” kennen. Peuters zoeken grenzen en proberen hier over heen te gaan. Delen van speelgoed is vaak nog moeilijk.

2,5 – 3 jaar

Het geven van complimentjes is uiteraard altijd belangrijk om te doen. Kinderen zijn hier gevoelig voor (volwassenen trouwens ook) en groeien hierdoor in hun zelfvertrouwen. Rond deze leeftijd leren ze het begrip “wij” steeds beter kennen en kunnen ze soms al een beetje delen. Kinderen zijn graag in het bijzijn van leeftijdsgenootjes. Het wachten op je beurt is nog wat lastig, maar dit leren ze steeds beter. Het eigen willetje van een peuter is duidelijk zichtbaar.

3 – 3,5 jaar

De fantasie van de peuters draaien nu overuren en de eerste peutervriendschappen ontstaan.

Op deze leeftijd kunnen kinderen beter kiezen uit bijv. drie voorwerpen of afbeeldingen. Zij kunnen aangeven wat ze wel of niet willen, passend bij de talige mogelijkheden. Kinderen willen hun eigen wil nog wel door zetten, maar krijgen ook meer oog voor de behoeften van de ander.

Om hulp vragen lukt steeds beter. Ook herkennen ze gezichtsuitdrukkingen (bijvoorbeeld boos, bang, blij) sneller en weten ze van zichzelf of ze een jongen of een meisje zijn. Dit is dan ook heel interessant om te delen 😊. Het imiteren van andere kinderen is ook heel interessant. Zo kunnen ze ineens ander gedrag vertonen of ander spel laten zien.

3,5 – 4 jaar

Het kind heeft steeds meer belangstelling voor andere mensen en kinderen en heeft hier ook een voorkeur in. Ze willen met het ene kindje wel spelen en met het andere kindje niet. Vanaf deze leeftijd kunnen kinderen sorry zeggen als het iets heeft gedaan tegen een ander kind. Ook kunnen ze andere kinderen al een beetje helpen en vinden dit fijn om te doen.

Er is steeds meer een gesprekje mogelijk tussen twee kinderen. Ook vertellen ze graag aan de volwassene over iets dat ze hebben meegemaakt of iets wat er om hun heen gebeurt.  Dit allemaal passend binnen hun talige mogelijkheden.

Kinderen maken steeds meer onderscheid tussen zichzelf en de ander. “waarom heeft hij krullen?” of “waarom heeft zij een bril op?”. Kinderen krijgen ook steeds meer zelfvertrouwen en accepteren makkelijker dat ze niet alles alleen kunnen doen.

Op deze leeftijd leren kinderen emoties bij zichzelf of bij de ander herkennen en kunnen dit ook benoemen. De emoties worden beter beheerst dan voorheen (als iets niet lukt worden ze minder snel boos of fysiek agressief) en kinderen geven eenvoudige verklaringen voor de oorzaak-gevolg van emoties/gevoelens.