Op 6 maart 2018 was het thema “ondersteunende communicatie” tijdens de Dag van de Logopedie.

Ondersteunende communicatie, oftewel OC, zijn hulpmiddelen die ingezet worden om communicatie mogelijk te maken. Denk hierbij aan spraakcomputers bij mensen die niet kunnen spreken, communicatiemapjes met foto’s of gebarentaal voor doven of slechthorenden.

Eigenlijk zetten we heel vaak onbewust hulpmiddelen in om de communicatie makkelijker te maken. Zo spreek ik vaak met mijn handen, ‘natuurlijke gebarentaal’. En kijk maar eens om je heen, waar zie je pictogrammen? Het is zo fijn dat wij allemaal de taal van plaatjes en tekeningen begrijpen. Wanneer ik in het ziekenhuis of warenhuis ben zie ik zo waar de lift is, waar het toilet is of waar de nooduitgangen zijn. En dit zie ik niet aan de bordjes met tekst (die er ook hangen), maar altijd als eerst aan de plaatjes/pictogrammen. En het is wel erg prettig dat deze pictogrammen ook in het buitenland hetzelfde weergeven!

Zo zetten wij ook pictogrammen in tijdens de behandeling van peuters met een taalontwikkelingsstoornis. Het woord “puzzelen” of “handen wassen” kennen ze wellicht niet allemaal, maar het plaatje helpt ze om het woord te linken aan de betekenis. Zodra ze het plaatje zien van de puzzel, weten ze dat ze naar de puzzels mogen gaan om er één uit te zoeken. Zwart/wit pictogrammen kan je gratis downloaden via bijvoorbeeld Sclera.

Het inzetten van gebarentaal passen wij ook toe. Het helpt om belangrijke woorden net wat beter te benadrukken, te ondersteunen. Zoals “eten” (vuisthand naar je mond bewegen) of “banaan” (het pellen van een banaan met je handen). Het vergroot ook meteen de passieve woordenschat van kinderen, omdat ze het woord “banaan” meteen kunnen linken aan de betekenis d.m.v. het gebaar. Als je ook interesse hebt in het inzetten van gebarentaal, zou je de app van het Nederlands Gebaren Centrum kunnen downloaden op je telefoon. De app heet IsignNGT”.

Gebaar voor “poes”

Ook krijgen de kinderen een communicatiemapje. Een boekje met foto’s van de activiteiten die ze die dag hebben gedaan op de groep. Zo kunnen ze thuis, aan de hand van de foto’s, “vertellen” wat ze hebben meegemaakt. En de ouders kunnen foto’s van het weekend er in plakken, zodat de kinderen ook op maandag kunnen vertellen over het weekend. Over het “buiten het hier-en- nu”. En vaak zijn ze zo trots wanneer ze begrepen worden. Dat er al een klein gesprekje mogelijk is dankzij de ondersteuning van de foto’s. Soms met alleen maar gesloten vragen als : “ging je met papa fietsen?” en soms al met open vragen als: “wat eet jij hier nou voor lekkers?”

Ondersteunende Communicatie, wat fijn dat er zoveel hulpmiddelen zijn om te kunnen communiceren!